De kracht van beeld.

Mijn emotie, mijn perspectief, mijn lens.

Ik liep ’s avonds rondjes door een dorp in de buurt om te fotograferen. Elke keer hetzelfde rondje, kijken wat er gebeurt. Juist dat steeds terugkomen op dezelfde plekken maakt het interessant: elke avond ziet er anders uit. Het licht verandert, er gebeurt iets onverwachts, of ineens valt een detail op dat je eerder nooit zag. Eén plek kan eindeloos veel beelden opleveren, als je maar goed blijft kijken.

Misschien is dat ook wel het magische aan fotografie: het moment dat je vastlegt komt nooit meer precies zo terug. Het licht is anders, het weer verandert, mensen bewegen verder en de sfeer van een plek verschuift steeds een beetje. Zelfs als je morgen weer exact hetzelfde rondje loopt, zul je nooit meer precies hetzelfde beeld kunnen maken.

Het enige probleem: auto’s die precies op het verkeerde moment voorbij komen. Maar ergens hoort dat er ook gewoon bij. Je wacht, je probeert opnieuw, en soms zit er ineens een beeld tussen dat wél werkt. Dat is de magie van fotografie voor mij.

Nationaal park de Weerriben- Wieden

In opdracht van Nationaal park de Weerribben-Wieden heb ik Dwarsgracht mogen fotograferen. Dwarsgracht is een omgeving die laat zien hoe bijzonder het Nederlandse landschap kan zijn. Ik heb geprobeerd vast te leggen wat deze plek voor mij zo kenmerkend maakt: het rustige water, het zachte licht, de pittoreske huisjes en de manier waarop alles hier in balans lijkt te zijn.

Ik ben begonnen met fotograferen met twee camera’s tegelijk: analoog en digitaal. Wat me opviel, is dat ik met die analoge camera heel andere keuzes maak. Rustiger, bewuster.

Dat komt denk ik door de beperking van een rolletje film. Met maar 32 tot 36 foto’s ga je vanzelf beter nadenken over wat wel en niet werkt. Je drukt minder snel af, kijkt langer, wacht bewuster op het juiste moment. Op die manier scherpt analoog fotografie mijn fotografische oog aan.

Tegelijkertijd vertraagt het hele proces enorm, en juist daar verlang ik steeds meer naar. In een tijd waarin alles snel en direct moet, voelt analoog werken bijna als een tegenreactie. Het dwingt me om meer aandacht te hebben voor wat ik zie, en ik merk dat ik daar uiteindelijk beter van word.

Dus nu maak ik vaak eerst de foto analoog, en daarna pas digitaal. Alsof die eerste toch iets meer “echt” is.