Deze serie speelt zich af in het dorp waar ik mijn hele leven heb gewoond. Een plek die ooit vanzelfsprekend voelde, maar waar dat gevoel van thuishoren langzaam vervaagde. Ik begon de straten lelijk te vinden, te bekend, te klein. En ’s nachts voelde ik me er niet eens meer veilig. Het was alsof de plek waar ik vandaan kom me niet langer wilde ontvangen, of misschien wilde ik haar zelf niet meer zien.
Juist daarom besloot ik opnieuw te gaan kijken. Niet vanuit nostalgie, maar vanuit nieuwsgierigheid. Wat gebeurt er als je een omgeving die je denkt door en door te kennen, benadert alsof je er voor het eerst bent? Als je door de straten loopt op momenten waarop je normaal binnen zou blijven? Als je de ongemakkelijke uren niet ontwijkt, maar gebruikt om te onderzoeken wat er nog wél te vinden is?
Langzaam ontstonden er kleine openingen. Details die ik jarenlang had genegeerd. Licht dat een straat anders liet voelen. Stilte die niet alleen dreigend was, maar soms ook zacht. Deze foto’s zijn het resultaat van dat proces: een poging om opnieuw grip te krijgen op een plek die me was gaan tegenstaan, en om te begrijpen hoe verbondenheid kan veranderen, en soms weer terug kan komen, al is het in een andere vorm.
Deze serie gaat niet over het romantiseren van mijn dorp, maar over het erkennen dat belonging niet altijd vanzelfsprekend is, zelfs niet op de plek waar je vandaan komt. Het gaat over afstand, vervreemding, en de vraag of je opnieuw kunt leren zien wat je dacht kwijt te zijn.
Ik hoop dat deze beelden ruimte bieden voor herkenning, voor iedereen die ooit het gevoel had dat ‘thuis’ niet meer zo vanzelfsprekend was. Misschien laten ze zien dat verbondenheid niet altijd begint met liefde, maar soms met eerlijk kijken naar wat er is, en naar wat er veranderd is.













